Nyepi

De hele dag in je hostel blijven en niet te hard lachen en of harde muziek aanzetten. Nu heb ik vorige week ook al een paar dagen ‘verplicht’ bij mijn hostel moeten zitten, maar dat was mijn eigen domme schuld. Vandaag is het de dag van de Stilte op Bali. Nyepi.

Nyepi is een Hindoeïstische feestdag, die alleen op Bali gevierd wordt. De dagen voorafgaand aan Nyepi zijn hele dorpen druk in de weer met het maken van de meest lelijke ‘monsterpoppen’, die ze vervolgens door middel van bamboe met een hele groep dragen in de optocht, een dag voor de stiltedag. Een soort carnaval of de Najaarsmarkt optocht in mijn dorp. Same same but different.

Het idee van de ‘monsterpoppen’ is dat ze de kwade geesten wegjagen. Op de stiltedag moet je namelijk stil zijn, omdat de kwade geesten dan langskomen en als er niemand op straat is, lijkt het net of Bali onbewoond is en zullen de geesten weer verder gaan. Je kan dan ook een boete krijgen als je de straat op gaat.

Gisteravond hebben we bij de optocht gekeken en alle poppen verzamelen zich in Ubud dan op een grasveld, waar ze vervolgens weer verder lopen om ergens buiten het centrum in brand gestoken te worden. Dat doet me dan weer een beetje denken aan de Vakantiespelen in mijn dorp haha. Maar ik vermaak me hier prima met het schrijven van een paar nieuwe blogs, mijn reisdagboekje bijwerken en lekker chillen in het zwembad! Gelukkig hebben we ondanks de kwade geesten wel een zonnetje erbij gekregen vandaag!

Even terugspoelen

Door de vaak slechte wifi en mijn slechte discipline, plaats ik nu de blog van toen ik nog in Vietnam was en wat ik daarna heb beleefd haha.

In Dalat aangekomen nemen we samen met een Australische jongen een taxi naar Dalat Family Hostel en zij betalen de taxi. We worden begroet met een high five en een dikke knuffel, want vanaf nu zijn we allemaal ‘family’. We moeten even wachten tot we in kunnen checken en krijgen een welkomsdrankje, terwijl we aan een tafel bij alle andere mensen gezet worden. Lisa en ik kijken elkaar aan met een blik van ‘ohjee wat is dit voor hostel?’ Maar dat blijken we totaal mis te hebben. ‘s Avonds bij het family dinner is het onwijs gezellig en na het toetje van banaanpannekoekjes moeten we allemaal de rug van onze linkerbuurman/vrouw masseren. We zitten in een treintje en vervolgens draaien we de andere kant op. Na het eten spelen we nog een kaartspelletje en jenga met een paar mensen uit het hostel.

De volgende dag ontbijten we bij het hostel en besluiten naar de kabelbaan te gaan. Een jongen van het hostel wil ons er wel heen brengen met zijn motor en om en om gaan we bij hem achterop. Het uitzicht is heel mooi en we zien allemaal kleine schattige huisjes.

Daarna nemen we een taxi naar het centrum en lopen we over de markt. Het is een heel groot plein met allemaal eettentjes. We komen in een markthalletje waar ze allemaal gedroogd fruit en nootjes verkopen en we kopen allebei een zakje groentechips en cashewnootjes.

Daarna gaan we weer terug naar het hostel, zodat we op tijd zijn voor het family dinner. Lisa en ik nemen een passion fruit mojito en spelen een paar kaartspelletjes, als er een jongen vraagt of we een drankspelletje aan het doen zijn. Met een hele groep doen we uit eindelijk een drankspelletje wat ik nog niet kende.

NIEUW DRANKSPELLETJE
Iedereen legt  z’n vinger op een glas en om en om tel je af met 1,2,3 en daarna zeg je het getal van het aantal vingers dat je denkt dat er blijven hangen. Iedereen mag zijn vinger wegtrekken, ook jijzelf. Op het moment dat je het goed hebt moet je zonder te laten merken dat je blij bent zeggen: ‘Thank you for letting me play this game.’ Als je ‘yes!’ zegt, juicht of moet lachen zit je weer terug in het spel. Degene die verliest moet de desbetreffende beker leegdrinken.

Na nog een paar potjes bussen en een paar mislukte groepsfoto’s vertrekken we met een groepje naar de Mazebar. Jup, een dolhofbar. Er zijn allemaal trappen en je moet een weg naar boven, naar de bar zien te vinden. Het is gigantisch druk, dus na één drankje gaan we verder naar een net geopend hostel met een soort rooftopbar en hele goedkope drankjes. Het is gezellig, totdat om 1u de politie blijkbaar op de stoep staat en iedereen sneaky het gebouw moet verlaten..

De dag erna staan we fris en fruitig op om naar de elephant waterfall te gaan en omdat het een uurtje rijden is bestellen we een taxi. Op het moment dat we weg willen gaan is het toch wel fris, dus trekken we allebei een lange broek aan. Maar als we hadden geweten dat we de hele waterval op moesten klimmen, hadden we in ieder geval geen slippers aan gedaan haha!

De waterval is heel mooi en het is een hele klim. Na alle delen van de waterval te hebben gezien (onder de waterval, voor de waterval, boven de waterval) en een paar foto’s te hebben gemaakt nemen we de taxi naar het centrum. Daar eten we een rijstpizza en lopen we een beetje rond. We eten een ijsje bij een soort MacDonald’s en lopen ‘s avonds weer over de markt. We komen een bakkerijtje tegen waar ze vet lekkere cakejes, koekjes en broodjes hebben. Ook zie ik opeens een vrouwtje zitten die boodschappentassen verkoopt. En nee, niet zomaar een boodschappentas met bloemetjes, maar een knalgele JUMBO tas! Hallo Jumbo!

Onze laatste dag in Dalat staan we optijd op, zodat we ‘s ochtends nog even naar het Crazy House kunnen gaan. Het is een soort mix van de fantasie van de Efteling en de illusie van Dali. En als je genoeg geld betaald kan je er ook nog slapen! Lijkt mij alleen niet heel comfortabel, als er de hele dag toeristen langs je kamer lopen..

Na ons bezoekje aan het Crazy House gaan we ergens lunchen en daarna nemen we weer een taxi terug naar het hostel. Gelukkig komen we er optijd achter dat de taxi verkeerd rijd, anders hadden we geen bus meer naar Mui Ne hoeven nemen.. Bij het hostel moeten we (uiteraaard) langer wachten en uiteindelijk is de bus er een half uur later dan gepland..

Rond etenstijd komen we in Mui Ne aan en we willen eerst wat eten voordat we naar ons hostel gaan. Bij het busstation waar we afgezet worden staan de locals te springen om ons naar het hostel te rijden, maar we willen eerst iets eten. Eén van de scooter taxi’s is wel heel ambitieus en volgt ons de hele tijd. Pas als we bijna schreeuwend zeggen: ‘No, go awaaay!’ komt hij er eindelijk achter dat we toch echt geen taxi nodig hebben. We eten bij een schattig restaurantje en ik bestel fried rice met ei. Vervolgens komt de serveerster met een fried egg aanzetten, dus ik vraag waar de rijst is. Blijkbaar had ze fried fries verstaan, want als mijn ei inmiddels koud geworden is komt ze aan met een bordje patat. Lisa kan haar lach niet meer inhouden en ik heb geen zin meer om er nog iets over te zeggen, dus ik geniet van mijn patatjes. We nemen een bus naar het hostel en het is een heel mooi en chill complex. We slapen voor een nachtje in een tweepersoonsbed en dat slapen lukt aardig goed met het geluid van de zee op de achtergrond.

De volgende ochtend staan we optijd op om te kijken of we een tour naar de zandduinen kunnen boeken. Dat kan en voordat we weggaan ga ik nog even een uurtje op het strand liggen. We rijden met een jeep naar de Fairy Stream, een soort heel lang beekje waar je doorheen moet lopen en op het einde is een kleine waterval.

Daarna rijden we langs de ‘Fisherman Village’, een plekje waar allemaal vissersbootjes in het water liggen en naar de witte zandduinen. Bij de witte zandduinen kan je ook quad rijden en samen met Lisa en Alex, een Australische jongen, gaan we op de quad de duinen op. Er gaat ook een local mee, die helpt met het besturen. Als we bovenop een grote duin stoppen, neemt de local ons 1 voor 1 mee naar beneden. Ik ga als eerst en ik dacht dat hij ons alleen beneden af zou zetten en dan de volgende zou halen, maar hij rijd met een supersnelheid duin op duin af. Zo gaaf! Ik wil gillen dat ik het zo vet vind, maar dan komt er allemaal zand in m’n mond haha. Ook heb ik zelf nog een klein stukje op de quad gereden, toen we weer terug gingen.

Na de witte duinen rijden we naar de rode zandduinen, waar we even moeten wachten op de zonsondergang. Daarna worden we weer terug gebracht naar ons hostel en eten we wat met Alex en een andere Nederlandse jongen. De volgende dag willen we een scootee huren om Mui Ne te verkennen, maar bij het hostel kunnen we geen scooter huren en we zitten te ver uit het centrum. Het wordt een dagje op het strand chillen.

De volgende dag is het helaas alweer tijd om door te gaan naar Ho Chi Minh (ik was echt even vergeten dat februari maar 28 dagen had, dus de tijd ging opeens heel snel..) Als we op de bus staan te wachten, komen we 2 andere Nederlandse meisjes en ze besluiten in hetzelfde hostel te verblijven als wij. ‘s Avonds eten we met z’n zessen (Ook met Emma en Celine, de 2 Nederlandse meisjes met wie we de Easyriders tour hebben gedaan) bij een soort tapas tentje waar we gefrituurde eiballetjes, gefrituurde groente op een stokje en als toetje fried banana eten.

‘s Ochtends staan we optijd op om naar het oorlogsmuseum te kunnen gaan, voordat we naar de Chi Chi tunnels gaan. De foto’s en alle verhalen die er hangen zijn heel indrukwekkend, zeker als je bedenkt dat er zelfs na de oorlog nog onwijs veel mensen gewond zijn geraakt door onontplofte bommen die nog her en der door het land lagen.

Voordat we naar de tunnels rijden, stoppen we bij een soort kunst gallerij waar mensen die door de oorlog gehandicapt zijn geworden werken. Ze maken van alles, mooie schilderijtjes waar ze eierschillen in verwerken tot bakjes met hele mooie patronen. Ik had graag iets meegenomen, maar de prijzen waren een beetje boven mijn backpackersbudget..

De tunnels zijn heel indrukwekkend en we mogen zelf ook even onder de grond kruipen. Op de foto kan je zien hoe smal de tunnels vroeger waren, de tunnels waar wij in mochten zijn breder gemaakt voor de westerse toeristen. Ook kregen we te zien wat voor gruwelijke vallen de Vietnamese mensen voor de Amerikanen gemaakt hadden. Geloof me, daar wil je niet in terecht komen..

Als we ‘s avonds weer terug zijn in Ho Chi Minh eten we wat bij een soort markthal, waar we sushi bestellen. Na het eten doen we nog gezellig een drankje. De volgende dag loop ik ‘s ochtends nog even door de stad en dan is het alweer tijd om naar het vliegveld te gaan. Doei Vietnam, tijd voor Singapore!

Ik kom ‘s avonds laat in Singapore aan en neem de metro naar mijn hostel. Gelukkig is het openbaar vervoer in Singapore wel goed geregeld, dus kan ik zonder problemen gaan reizen.

Singapore is een mooie stad met een hoop grote gebouwen. Het is een enorm moderne stad met o.a. veel kunst. Ook is het schoner en veel minder druk dan de andere grote steden waar in in Azië geweest ben. Het is alleen wel ietsjes duurder. Ik verblijf in de wijk Little India en het is een enorm kleurrijke wijk.

Ik bezoek het Singapore Art Museum, maar helaas is er niet zoveel te zien, omdat ze aan het verbouwen zijn. De entree was daarom wel gratis. Winning. Als ik naar het bekende Sentosa Island wil gaan, begint het net te regenen.. want ja, het is nog steeds regenseizoen. Dan maar even de winkels in het supergrote winkelcentrum bekijken gheghe.. ‘s Avonds neem ik de metro naar Marina Bay, waar je een onwijs mooie skyline van Singapore kunt zien. Ook staan er een heleboel grappige kunstwerken.

Na mijn bliksembezoek aan Singapore is het tijd voor een ander soort bezoekje: een familiebezoek. Op naar Indonesië! Na al dat vliegen is het ook wel eens leuk dat je weet dat er iemand bij de aankomsthal op je staat te wachten. Het is ongeveer 2 uurtjes vliegen naar Surabaya en als ik door de aankomsthal loop staat mijn tante me op te wachten. We rijden naar een winkelcentrum om lekker te lunchen en daarna laat ze me hun huis zien. De komende nachten slaap ik in een tweepersoons bed, wat ik een heerlijk vooruitzicht vind. ‘s Avonds rijden we naar het winkelcentrum om lekker sushi te eten en thuis drinken we nog wat thee voordat het tijd is om te gaan slapen. De volgende ochtend kan ik mijn geluk niet op: ik eet een bruine boterham met hagelslag. Intens genieten. We kletsen wat, drinken een paar theetjes en rijden dan naar een grote batik winkel. Ze hebben er allerlei stofjes, maar ook meubilair, decoratie voor in huis en allerlei souvenirtjes. Uiteindelijk koop ik een mooi opbergbakje.

De dag erna ga ik met de Bahasa leraar van mijn oom en tante naar de Bromo vulkaan. We stoppen eerst bij een thee plantage en onderweg in de auto kletsen we heel wat af. Bij de plantage krijgen we een rondleiding en laat ze zien hoe de thee precies gemaakt wordt. Aan het einde mogen we de thee proeven en kan ik nog wat thee kopen voor thuis.

We rijden verder en rond 17u komen we bij het hotel aan. In het restaurant eten we wat en dan is het tijd om te gaan slapen. Tussen 20.00 en 21.00 lig ik in bed, want rond 3u vertrekken we met de jeep omhoog, zodat we de zonsopgang bij de vulkaan kunnen zien. (En omdat ik alleen wifi heb bij de lobby haha ?) Het is te bewolkt om de zonsopgang te kunnen zien, maar we zien wel een mooie roze/paarse lucht. Daarna gaan we weer naar beneden, zodat ik vervolgens richting de vulkaan kan lopen. Je kan ervoor kiezen om te paard naar boven te gaan, maar dat vind ik zielig en het is niet super ver om te lopen. Het is heel bijzonder om de vulkaan in te kunnen kijken en er komt veel stoom vanaf. 

Daarna gaan we terug naar het hotel om te ontbijten en te douchen. Als we uitgecheckt zijn stappen we weer in de auto om naar een nog hoger punt te gaan: ‘The village above the clouds’. Met een scooter worden we helemaal omhoog gereden, over smalle weggetjes en eenmaal boven schijnt het zonnetje! Het uitzicht is prachtig en je kan echt zien dat je boven de wolken zit.

Daarna rijden we weer terug naar Surabaya en in de auto dommel ik af en toe even weg. Het waren twee hele bijzondere dagen en een beter tourguide had ik me niet kunnen wensen! Als we rond 22u weer terug zijn, eet ik nog even een stukje pizza en dan is het tijd om te gaan slapen. De volgende dag staan we optijd op om te ontbijten en dan is het tijd voor een beetje sightseeing in Surabaya. We rijden langs een paar oude Nederlandse gebouwen en bezoeken de sigarettenfabriek. Zo indrukwekkend om te zien hoe ze al die sigaretten en de verpakking met de hand verpakken! Als je één keer knippert, hebben ze alweer 5 sigaretten gerold! We lunchen in het oude ‘Oranje Hotel’ en bezoeken het Tugu Pahlawan museum. In het museum zijn een hoop jongeren die met mij en/of ons op de foto willen, maar op een gegeven moment is het wel genoeg haha.

De volgende dag is het helaas alweer tijd om door te reizen en ‘s ochtends om 7u neem ik de trein naar Yogyakarta. De chauffeur en de schoonmaakster van mijn oom en tante wilden ook nog even met mij op de foto. (Oke die selfie met Wiwick heb ik zelf gemaakt, we vonden het allebei jammer dat ik haar niet meer zou zien in het weekend..)

Zeg Ja tegen Yogyakarta!

Vanmorgen rond 5u stond ik op, om vervolgens de laatste spulletjes in te pakken en te ontbijten. Daarna werden we door Buddi naar het station gereden en was het tijd om afscheid te nemen.. Henri en Gradie, bedankt voor de gezellige afgelopen dagen en alle gastvrijheid!! Ik heb heeerlijk geslapen en onwijs lekker gegeten – vooral de bruine boterham met hagelslag ‘s ochtends – ;-).

Om 6.55u gaat de trein, dus ik moet nog even wachten. Als de trein er om 6.30u is, stap ik in en zoek naar mijn plekje (Net als in het vliegtuig krijg je een boarding pas en heb je een stoelnummer).

Ik vermaak me 4u lang met het bewerken van filmpjes, kijken van een film en het schrijven in mijn reisdagboekje. (Ja, het is weer zover.. ik loop nog meer dagen achter dan dat ik over heb om nog te reizen.) Als ik in Yogyakarta aankom, neem ik een taxi naar m’n hostel. Het personeel is heel vriendelijk en het ziet er allemaal prima uit. Ik stal m’n spullen uit op bed en klets wat met 2 Duitse jongens op de kamer. Als we uitgekletst zijn neem ik even een frisse douche en besluit ik de omgeving te gaan verkennen. In Yogjakarta is een hoop streetart te vinden en I looooove it.

Op de kaart zie ik dat het Paleis van de Sultan op loopafstand is en ik loop die kant op. Onderweg koop ik in de supermarkt wat eten en een flesje passionfruit ice tea (jeej, ze hebben ‘m weer!!). Als iemand vraagt waar ik heen ga, kom ik erachter dat het Paleis al gesloten is. Ik krijg ook gelijk de vraag waar ik vandaan kom en als ik antwoord met ‘The Netherlands’, krijg ik gelijk de vraag of ik uit Amsterdam kom. No. Rotterdam? No. Small village. Uhm Venlo? Hahah no.

Ik ga ervan uit dat ik het paleis ook wel vanaf de buitenkant kan bewonderen en loop die kant op. Onderweg kom ik een paar bordjes tegen waar ‘Water Palace’ op staat en ik ga even een kijkje nemen. Het is helaas al gesloten, maar je kan nog wel via de tunnels bij een stukje van het paleis uitkomen. Als ik een beetje om me heen sta te kijken omdat ik niet helemaal weet welke kant ik op moet, komt er een man naar me toe die me wel rond wil leiden.

Hij weet een hele hoop te vertellen over het paleis en hoe er vroeger allemaal water omheen lag. Ondanks dat het paleis al gesloten is, kan je eigenlijk alles gewoon zien. Waar vroeger het water was staan nu allemaal huizen en de mensen mogen er gratis wonen, maar dan moeten ze wel elke dag naar het paleis van de Sultan.

Hij brengt me naar de geheime plekjes vanaf waar je het zwembad kan zien liggen en weet precies vanaf waar je de beste foto kan nemen.

Ik word meegenomen naar het atelier van een schilder, waar ik een klein doekje koop voor thuis en naar een koffietentje waar ze een Loewak hebben. Dit is een soort grote kat die koffiebessen eet en vervolgens wordt van zijn poep de koffie gemaakt. Door dit bijzondere proces is het ook hele dure koffie.

Vervolgens mag ik achterop de scooter en rijden we naar een silver handcraft winkeltje, waar een medewerkster van de winkel het proces uitlegt en ik vervolgens in de winkel de collectie mag bekijken. Ik koop een zilver ringetje met oogjes erin gegrafeerd.

Daarna rijden we door naar een Batik Fashion store en als laatste bestemming naar de Marlioboro street. De man blijft maar zeggen dat het free is en ‘If you’re happy, I am happy.’ Hij vraagt of ik toevallig nog een munt heb uit mijn land (omdat zijn zus die spaart) en heel toevallig heb ik €1,- in mijn portemonneetje zitten die hij natuuurlijk mag hebben! Ook geef ik ‘m nog wat muntjes uit Singapore en Maleisië mee.